De queteletindex (afgekort QI) of body-mass index (BMI) is een index die de verhouding tussen lengte en massa bij een persoon weergeeft. De BMI kan strikt genomen niet gebruikt worden als betrouwbare maat voor overgewicht bij een individu, aangezien individuele verschillen in lichaamsbouw niet in de berekening worden meegewogen (verhouding van spier-, bot- en vetweefsel). In de geneeskunde wordt desondanks de BMI wel veel gebruikt. In de dagelijkse medische praktijk is de BMI goed bruikbaar en voldoende betrouwbaar. Dit geldt met name bij grotere afwijkingen zoals ondergewicht en overgewicht. De BMI geldt voor volwassenen (18-70 jaar).

Bij overgewicht is er een groter cardiovasculair risico. Het bepalen van het risico kan nog doeltreffender: door het meten van de buikomtrek. Dat kan met een gewone lintmeter. Vanaf 99 cm bij mannen en 97,4 cm bij vrouwen stijgt het cardiovasculaire risico met 33%. Met elke extra 5 cm stijgt het risico telkens met 12%.

BMI Categorieën:

  • Ondergewicht = <18.5
  • Normaal gewicht = 18.5-24.9
  • Overgewicht = 25-29.9
  • Obesitas = BMI van 30 of hoger
 
  (centimeters)

  (kilogram)